Biestmanagement

Waarom is biest geven belangrijk?

Kalveren hebben bij hun geboorte nog geen antistoffen. Het immuunsysteem van het kalf is nog niet actief om infecties van darmen of longen te bestrijden. Diarree of longontsteking hebben ze zo te pakken. Biest zit boordevol antistoffen (IgG) wat het kalf bescherming biedt. Ook zit er in biest eiwitten, mineralen en vitaminen, dit heeft een positieve werking op de ontwikkeling van de darmen. Daarom is een goed biestmanagement zo belangrijk.

Wat is biest?

Biest is de eerste dikke, gele melk die de koe geeft direct na het afkalven. Deze melk is rijk aan antistoffen, energie, mineralen en vitaminen en stoffen die een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van de dunne darm.

Wat is goede biest?

Biest kan niet gemeten worden naar kleur en dikte. De kwaliteit wordt vooral bepaald door de concentratie antistoffen, ook wel het immunoglobuline G-gehalte (IgG). Dit kan gemeten worden met een biestmeter of een refractometer. Goede biest bevat ten minste 50 gram IgG per liter, het streven is dat het kalf de eerste levensdag ten minste 250 gram IgG opneemt. Dit is erg belangrijk voor de weerstand. De eerste biest bevat de hoogste IgG-concentratie, bij de tweede biest is deze concentratie al gehalveerd.

Veel, vlug, vaak, vers én warm

Veel en vaak: Geef het kalf meteen na de geboorte 2 tot 2,5 liter biest met een speenemmer of kalverdrinkfles. Na zes tot acht uur nog 1,5 tot 2 liter eerste biest en als derde voeding nogmaals 1,5 liter. Zo heeft het kalf op de eerste levensdag in totaal 5 tot 6 liter biest gehad.

Vlug: Heel eenvoudig, zo snel mogelijk: binnen de 4 a 6 uur! Biest is namelijk een belangrijke bron van energie en weerstand. Antistoffen worden via de darm opgenomen met een bepaalde efficiëntie(absorptie-efficiëntie). Hoe langer gewacht wordt met biest verstrekken, hoe minder antistoffen worden opgenomen.

Vers: Het beste is om alleen biest van de eigen moederkoe te geven. Is deze biest van onvoldoende kwaliteit of geeft de koe te weinig biest, geef dan biest van een andere koe. Het is handig om altijd een voorraad goede biest in de diepvries te hebben.

Naast deze punten moet de biest ook warm zijn, ongeveer 40 ⁰C. De biest gaat via de slokdarm naar de lebmaag. Onderweg komt het langs een plooi ter hoogte van de pens. Deze plooi zorgt ervoor dat de warme melk niet in de pens terecht komt, maar in de lebmaag. Als de melk koud is werkt deze plooi niet en komt de melk in de pens terecht.

Het opwarmen van de biest moet langzaam gebeuren en niet in de magnetron of dompelaar die de biest snel verhit. Boven een temperatuur van 60 ⁰C worden de antistoffen onwerkzaam.


Waar kunnen wij u bij ondersteunen? 

Voor een optimaal biestmanagement ondersteunen wij u graag bij:

  • Het opzetten van een goed biestmanagement.
  • Het opstellen van een biestprotocol.
  • Het op de juiste wijze meten van de biestkwaliteit.
  • Het verbeteren van de biestkwaliteit.


Ook hebben wij een uitgebreid assortiment aan producten die u kunnen helpen met het optimaliseren van het biestmanagement.

Biestmanagement